Kameel

Goed aangepast

De kameel beschermt zichzelf goed in de Gobi-woestijn. Daar wordt het in de winter erg koud, maar zomers erg warm. In het voorjaar verliest hij dan ook zijn dikke wintervacht. Om geen last te hebben van het zand heeft de kameel gespierde neusvleugels waarmee hij zijn neusgaten kan afsluiten. Door zijn kleine oren en lange wimpers voor zijn ogen houdt hij ook deze zandvrij. En als er te weinig planten zijn om te eten? Dan eten kamelen gewoon botten, huid of zelfs sandalen en touw om te overleven.

Dorstig type

Na een lange tocht drinkt een kameel wel 120 liter water in één keer om zijn vochttekort aan te vullen. Dat vocht verliest hij maar weinig via mest of urine. Nog geen liter per dag. De rest slaat hij allemaal op in zijn rode bloedcellen. Die vormen samen met het vet in zijn bulten een ‘energievoorraad’ waarmee hij langer dan tien dagen in de woestijn kan blijven.

Leuk om te weten

Wollig kaal. In de Aziatische woestijn is het in de winter ijskoud. De kamelen hebben dan een dikke wollige vacht. In de bloedhete zomer is die te warm en valt die af. Dan zijn kamelen helemaal kaal en poedelnaakt.

Ontdek alle dieren