Op wacht
"Colobusapen leven vooral hoog in de bomen. Overdag rusten ze of zoeken ze eten. ’s Nachts lopen ze risico op aanvallen van luipaarden, chimpansees en kroonarenden. Daarom blijft er altijd één aap wakker om de groep te bewaken"
Ontdek in het echtLeefgebied:
bosgebieden in Centraal Afrika
Voeding:
bladeren, fruit en bloemen
Leeftijd:
20 jaar in de vrije natuur
Gewicht:
♀ 8 - 9 kg ♂ 10 - 13 kg
Nakomelingen:
1 jong
Draagtijd:
5 - 6 maanden
IUCN:
veilig
EEP:
ja
De colobusaap leeft in de bosgebieden van Centraal‑Afrika en brengt bijna al zijn tijd hoog in de bomen door. Hij eet vooral bladeren, aangevuld met fruit en bloemen, en wordt in het wild ongeveer 20 jaar oud. Vrouwtjes wegen 8–9 kilo, mannetjes 10–13 kilo, en na 5 tot 6 maanden krijgen ze meestal één jong. Colobusapen leven in groepen met meerdere vrouwtjes en één mannetje; jonge mannetjes trekken weg en leven vaak tijdelijk alleen of in kleine groepjes. Omdat ze ’s nachts kwetsbaar zijn voor roofdieren zoals luipaarden, chimpansees en kroonarenden, blijft er altijd één dier wakker om de groep te waarschuwen bij gevaar.
:focal(1299x819:1300x820):quality(75))
De colobusaap leeft in de dichtbegroeide bosgebieden van Centraal‑Afrika, waar hij zich thuis voelt tussen hoge bomen en dichte bladerkronen. Deze omgeving biedt hem zowel voedsel als bescherming tegen roofdieren.
Hoewel de soort momenteel als veilig wordt beschouwd, staat zijn leefgebied wel onder druk. Ontbossing voor landbouw en houtkap zorgt ervoor dat stukken bos verdwijnen of versnipperen, waardoor groepen colobusaap minder ruimte hebben om te leven en te foerageren. Daarnaast kunnen menselijke activiteiten in bosgebieden verstoring veroorzaken. Ondanks deze uitdagingen blijft de colobusaap vooralsnog stabiel, al is behoud van zijn leefomgeving belangrijk om dat zo te houden.
Gelukkig is de IUCN-status van de colobusaap ‘veilig’, maar wist je dat meer dan 10.000 diersoorten dreigen uit te sterven? Beekse Bergen werkt samen met ongeveer 325 Europese dierentuinen om deze soorten te behouden. We vormen de Europese dierentuinvereniging (EAZA). Via managementprogramma's (EEP’s) zorgen we voor gezonde reservepopulaties.
Ook de colobusapen in Beekse Bergen zijn onderdeel van een EEP. Een coördinator houdt een stamboek van de diersoort bij en beheert de populatie in dierentuinen. Samen met een commissie geeft de coördinator advies over welke dieren samen jongen mogen krijgen. Soms betekent dat dat een colobusaap verhuist naar een andere dierentuin. Zo vergroten we de kans op gezonde jongen en het voortbestaan van de diersoort. Je herkent diersoorten met een EEP aan het logo van een neushoorn met kalf.