Chimpansee jong aan het slingeren Safaripark Beekse Bergen

Waarom doen we onderzoek?

Onderzoek is heel belangrijk bij het behouden van (bedreigde) diersoorten. Zo leren we namelijk veel over het gedrag, het lichaam en de gezondheid van dieren. Het doel van onderzoek is om deze kennis toe te passen bij natuurbeschermingsprojecten. Zo helpen we dieren in het wild op de best mogelijke manier. Ook leren we veel over de gezondheid en het welzijn van de dieren die in het Safaripark leven. Dit controleren we regelmatig waardoor we met aanpassingen verbeteringen kunnen maken.

Bekijk in de video bijvoorbeeld hoe bioloog Stijn samen met Universiteit Leiden onderzoekt of chimpansees ritmegevoel hebben.

We doen op drie manieren onderzoek:

Dierentuinen zijn voor onderzoekers een fijne plek omdat de dieren hier beter zichtbaar zijn dan in het wild. Hierdoor kunnen ze voor langere tijd bestudeerd worden. De kennis die bij Beekse Bergen wordt opgedaan delen we tijdens congressen en bijeenkomsten met andere Europese dierentuinen. Zo kunnen we elkaar helpen bij het werken aan het ultieme doel: natuurbehoud.

Stokstaartje op uitkijk Safaripark Beekse Bergen

Eigen onderzoek

Wanneer wij een vraag hebben starten we zelf een onderzoek. Vaak doen we dit samen met universiteiten, onderzoeks-instellingen of andere dierentuinen. Dan ondersteunen wij de onderzoeker. Zo bundelen we onze krachten en voeren we het onderzoek zo goed mogelijk uit.

Faciliteren

Soms vragen studenten of instanties met een vraag of ze een onderzoek in Beekse Bergen kunnen uitvoeren. Als het onderzoek bij onze visie aansluit zorgen wij ervoor dat het onderzoek uitgevoerd kan worden en helpen we de onderzoeken waar nodig.

Bijdragen

Niet alle onderzoekers werken bij Beekse Bergen. Soms vragen onderzoekers of ze dierlijk materiaal mogen gebruiken. Denk aan poep of haar van een dier voor DNA-onderzoek. We geven het materiaal graag aan de onderzoeker zodat het onderzoek uitgevoerd kan worden.

Voorbeelden van onderzoek bij Beekse Bergen

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht doen momenteel onderzoek naar het paringsgedrag van gieren in onder meer Safaripark Beekse Bergen. Er wordt onderzocht welke rol geluid speelt bij de voortplanting van deze indrukwekkende vogels. Door paringsgeluiden op te nemen en in verschillende dierentuinen af te spelen, proberen onderzoekers te achterhalen of geluid het paringsgedrag van gieren kan stimuleren. Ook Diergaarde Blijdorp en Avifauna dragen bij aan het onderzoek.

Gieren maken tijdens de paring opvallend veel geluid. Geluid een belangrijke rol in de communicatie tussen deze vogels. Door te onderzoeken of paringsgeluiden soortgenoten kunnen aanzetten tot paren, hopen de onderzoekers beter te begrijpen hoe dit natuurlijke proces werkt. Bioloog Stijn Berger is vanuit Beekse Bergen betrokken bij het onderzoek. “Als we weten welke prikkels het paringsgedrag beïnvloeden, kunnen we de omstandigheden voor succesvolle voortplanting verder optimaliseren,” licht Berger toe.

In Beekse Bergen worden daarom paringsgeluiden afgespeeld van gieren uit de andere deelnemende dierentuinen. Dat gebeurt bewust, omdat het voor de dieren verwarrend zou zijn om hun eigen paargeluiden uit de omgeving te horen. Vervolgens wordt gekeken of het afspelen van deze geluiden daadwerkelijk leidt tot een toename in paringsgedrag.

Het onderzoek levert waardevolle inzichten op in de rol van geluid en communicatie bij voortplanting. Deze kennis draagt bij aan het behoud van gierensoorten, zowel in dierentuinen als in het wild. Beekse Bergen is trots om bij te dragen aan dit onderzoek en zo een actieve rol te spelen in natuurbehoud.

Hart van Nederland besteedde aandacht aan het onderzoek.

Bekijk de video

In de ochtenduren is vaak een opvallend geluid in het Safaripark te horen: het gezang van de withandgibbons. Een koppel withandgibbons zingt samen een duet. Zo laten ze aan omstanders horen dat dit hun territorium is en dat ze hier te maken hebben met een sterk koppel. Sommige stukken van het duet worden hierbij uitsluitend door mannelijke óf door vrouwelijke dieren gezongen.

Toen de verzorgers van Beekse Bergen hoorden dat de mannelijke gibbon het hele duet in zijn eentje leek te zingen werd de hulp ingeschakeld van twee studenten van Universiteit Leiden. Zij onderzochten of de gibbons in Beekse Bergen inderdaad een ongebruikelijk duet zingen en probeerden erachter te komen waarom ze dit doen.

De onderzoekers kwamen erachter dat beide dieren een duet zingen, maar nooit mét elkaar. Zo doet het mannelijke dier een goede poging om de grote uithalen (‘great-calls’) van de vrouwen na te bootsen en zingt ook het vrouwelijke dier de mannelijke intermezzo’s. De solo van de een laat de andere ook vaak koud. Wanneer er gezongen werd was het andere dier vaak in geen verre of wegen te bekennen of reageerden ze vrijwel niet op elkaars gezang.

Het onderzoek geeft ons nieuwe inzichten in de rol van het duet binnen deze soort en hoe dit voortkomt. Het eerste puzzelstukje is gelegd, maar er is zeker nog meer onderzoek nodig om hier meer over te weten te komen.

Eind 2024 zijn de stokstaartjes in het Safaripark verhuisd naar een nieuw verblijf in het park. Hier krijgen de dieren veel meer ruimte, delen ze het verblijf met een andere diersoort (grootoorvossen) en is er zelfs een speciaal zandmengsel samengesteld waarin ze naar behoren kunnen graven.

Om te onderzoeken hoe de stokstaartjes reageren op deze nieuwe omgeving, bestudeerde een student van Wageningen universiteit het gedrag van de dieren in hun oude én nieuwe verblijf. Ze keek met name naar het ‘op de uitkijk staan’, een typisch stokstaartengedrag. Ze hield bij hoeveel dieren er op de uitkijk staan en hóe ze op de uitkijk staan. Soms staan de dieren namelijk op het topje van hun tenen terwijl ze soms ook lekker onderuitgezakt zitten. In eerder onderzoek is beschreven dat de manier waarop de dieren op de uitkijk staan iets kan zeggen over hoe relaxt de groep is.

De hypothese was dat de stokstaarten in hun nieuwe verblijf met meer dieren en ‘actiever’ op de uitkijk zouden staan, maar dat dit na verloop van tijd weer zou afnemen. Tijdens de eerste twee weken in hun nieuwe verblijf stonden er inderdaad vaak meer stokstaarten op de uitkijk dan in hun oude verblijf. Na deze periode waren ze weer terug bij hetzelfde aantal als in het oude verblijf. Opvallend was dat de dieren niet ‘actiever’ op de uitkijk stonden dan in hun oude verblijf, maar dus juist met veel meer tegelijk. Misschien hoef je niet heel actief op de uitkijk te staan als de hele groep meehelpt om een oogje in het zeil te houden.

Dit onderzoek heeft ons geleerd dat een groep stokstaarten zich vrij snel aanpast aan een nieuwe omgeving. Bovendien heeft het ons geleerd dat je niet alleen moet kijken naar hóe de dieren op de uitkijk staan, maar ook met hoeveel tegelijk.

Ze kunnen natuurlijk hoesten of snuiven, maar verder hoor je giraffen zelden. Toch kunnen ze wel geluid maken. Hoe dat klinkt? Daar doen wetenschappers uit Oostenrijk nu onderzoek naar. Ook bij ons. In één van de giraffenstallen hangt daarom nu een microfoon. Deze meet de geluiden die de giraffen daar 's nachts maken.

Dat is heel bewust. Overdag communiceren de dieren namelijk vooral met hun ogen. Ze houden elkaar goed in de gaten en kijken vooral naar elkaars lichaamstaal. Wanneer het donker wordt, wordt dit natuurlijk stukken lastiger en zouden giraffen meer vocaal worden (is de theorie). Veel van de geluiden die giraffen maken, zijn te laag voor het menselijk oor om te horen, dus je hebt goede microfoons nodig om het op te nemen.

Over een paar weken komt de onderzoeker de opnames ophalen en hopelijk kunnen we jou dan laten horen welk geluid een giraffe maakt.

Niet altijd is het onderzoek gericht op dieren. Soms spelen dieren een belangrijke rol in onderzoek naar mensen. Het Erasmus MC doet momenteel onderzoek naar het bestrijden van kanker met virussen. Een virus kan mensen namelijk doodziek maken, maar het kan ook bijdragen aan genezing. Voor deze studie hebben ze gebruik gemaakt van poep van mensapen uit vier verschillende dierentuinen, waaronder ook Beekse Bergen.

Uit de poep van gorilla’s, chimpansees, orang-oetans en bonobo’s isoleerde het onderzoeksteam 42 verkoudheidsvirussen. Uiteindelijk bleken zes van de apenvirussen in het lab inderdaad effectief tegen kankercellen.Deze virussen worden bij mensen toegediend en gaan op zoek naar de tumorcellen. Het virus deelt zich vervolgens in de tumorcellen en maken deze kapot. De immuuncellen worden hierdoor wakker en kunnen de kapotte tumorcellen aanvallen, waardoor kanker kan worden bestreden. Het lijkt erop dat door de virussen zelfs de meest ongrijpbare kankercellen bereikt kunnen worden, maar de aanpak werkte tot nu toe bij slechts een aantal patiënten. Er wordt daarom meer onderzoek gedaan om de oorzaak hiervan te achterhalen.

De Rüppelsgier wordt in het wild ernstig bedreigd. Diergaarde Blijdorp is de coördinator van deze soort en zorgt in samenwerking met andere parken voor een gezonde reservepopulatie. Nu met een prachtig resultaat: een koppel vale gieren uit Beekse Bergen heeft namelijk een jonge Rüppellsgier geadopteerd en grootgebracht. Bijzonder is dat het ei in Vogelpark Avifauna is gelegd en in Diergaarde Blijdorp is uitgebroed.

Om tot dit mooie resultaat te komen is er gebruik gemaakt van een natuurlijk fenomeen. Gieren leggen doorgaans één ei per seizoen, maar wanneer deze verloren gaat, legt het koppeltje vaak een tweede ei. Verzorgers hebben deze kennis toegepast door het ei weg te halen en in de broedmachine van Diergaarde Blijdorp uit te laten komen. Het koppel Rüppellsgieren heeft daarna een tweede ei gelegd waardoor het aantal jongen van deze bedreigde soort toe is genomen.

Zodra het kuiken was uitgekomen werd het enkele dagen met de hand gevoerd zodat het fit en sterk was. Daarna is het jong terug naar de ouders gebracht en omgewisseld met het tweede ei. Dit tweede ei is uitgebroed en vervolgens zijn er geschikte pleegouders gezocht voor dit kuiken. Het koppel vale gieren in ons park voedt het pleegjong op als hun eigen jong. Met de inzet van kennis over deze dieren en de samenwerking tussen verschillende dierentuinen kunnen we er samen voor zorgen dat er zo veel mogelijk jongen van deze ernstig bedreigde diersoort geboren worden.

Veel vogels hebben de goede gewoonte om hun bestek (snavel) schoon te maken na het eten. Dit doen ze door middel van snavelvegen: ze vegen hun snavel dan langs bijvoorbeeld een tak. Dit gedrag wordt ook gebruikt om de snavel te slijpen en te communiceren. Maar elke vogel is anders en verschillende soorten snavelvegen daarom ook op andere manieren.

Robin Geveke en Robin Louis van de Universiteit Leiden hebben in samenwerking met Beekse Bergen vier maanden lang gekeken hoe dit snavelvegen verschilt bij verschillende vogels in het park. Ze hebben ontdekt dat alle vogels snavelvegen met uitzondering van sommige watervogels zoals de Afrikaanse pinguïn en de Afrikaanse lepelaar. In plaats van dat ze hun snavel langs een tak vegen, doen ze dit in het water. Dit doet ook de Amerikaanse zeearend Maya, wat logisch is aangezien deze soort ook veel bij water te vinden is.

Ze hebben hun onderzoek niet alleen gefocust op Maya en de andere roofvogels die tijdens de roofvogelsafari te zien zijn, maar op alle vogels in het park. Ze hebben ontdekt dat snavelvegen per vogel verschillend is. Alle geelsnavelwouwen, de palmgier en de kapgieren doen dit het liefst hoog op een tak, net als aasgier Gijs, maar aasgier Stekel doet het liever op de grond, net als de secretarisvogels en de Abessijnse hoornraven. Veel roofvogels gebruiken ook hun pootjes om het vlees van hun snavel te krijgen. De secretarisvogel is een extra interessant geval, deze veegt zijn snavel namelijk aan zijn eigen been!

Extra speciaal is de data die is gevonden over de geelsnavelwouwen en de Abessijnse hoornraaf. Bij hun is zelfs ontdekt dat ze een voorkeur hebben voor met welke kant ze beginnen. Waar de meeste mensen het liefste schrijven met hun rechterhand, beginnen deze vogels hun snavelvegen liever links. Waarom dit precies zo is, moet verder onderzocht worden.

Veel mensen dénken dat bonobo's liever zijn dan chimpansee's. Maar is dat ook écht zo? Dat is wat student Marie-Ornelia Verger op dit moment onderzoekt.

De Franse studente Animal Behaviour aan de Parijse universiteit Sorbonne monitort het gedrag van de twaalf chimpansees nauwkeurig, door een aantal keer per dag elke aap 10 minuten lang te volgen. Ze let hierbij op agressie, sociale interactie en sexueel gedrag. Denk aan de reactie op voedsel: delen ze hun portie, houden ze alles voor zichzelf of stelen ze bij anderen?

Anderen hebben hetzelfde gedaan bij bonobo's in andere parken. Eind maart gaat Marie-Ornelia haar bevindingen van de chimpansees vergelijken met die van de bonobo's. Daardoor weten we straks zeker of het klopt dat chimpansees kortere lontjes hebben dan bonobo's, of dat het juist helemaal niets met de soort te maken heeft, maar een kwestie van persoonlijkheid is.

Ritme is een belangrijk aspect in onze taal en natuurlijk in muziek. Waarom vinden we ritmische muziek zo prettig om naar te luisteren? Is onze taal per toeval heel ritmisch of zit onze voorkeur voor ritme evolutionair wat dieper geworteld dan alleen in de mensheid?

Lang werd er gedacht dat alleen mensen ritmisch waren. Apensoorten zoals Rhesusapen bleken namelijk helemaal niet ritmisch te zijn. Om te onderzoeken of dit ook het geval is bij apen die evolutionair dichter bij de mens staan wordt in het safaripark onderzocht of chimpansees gevoel voor ritme hebben.

Studenten van de universiteit Leiden onderzochten ritmische bewegingen (vaak imponeer-gedrag) en bestudeerden de geluiden die de dieren maken. En wat bleek, in beide gevallen vonden de studenten isochrone ritmes!

De studenten ontdekten dat ritme niet uitsluitend voor mensen is wat nieuwe inzichten geeft in het evolutionair ontstaan van ons gevoel voor ritme en onze taal!

Lees meer

Heb je een vraag over natuurbehoud of de rol van Beekse Bergen? Stel hem hier!

Vul hier jouw vraag of opmerking in.